Rb. 's-Gravenhage 1 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1526
Mvv / familiebezoek / arbeidsongeschiktheid / middelenvereiste. Niet in geschil is dat referente niet voldoet aan de in artikel 3.29, derde lid, Vb 2000 aangegeven inkomenseis. Met betrekking tot de stelling van referente dat zij wegens haar arbeidsongeschiktheid vrijgesteld zou moeten worden van deze inkomenseis overweegt de rechtbank dat blijkens de toelichting op artikel 3.29 Vb 2000 duurzaamheid van middelen van bestaan wordt aangenomen, indien zij voor de duur van het voorgenomen verblijf beschikbaar zullen zijn. Daarbij is niet noodzakelijk dat de vreemdeling zelf beschikt over die middelen. In een dergelijk geval kan de vergunning worden verleend indien een familielid of andere relatie gedurende de duur van het voorgenomen verblijf zal beschikken over voldoende middelen van bestaan om daaruit te voorzien in zowel de kosten van het eigen gezin als ook de kosten van het levensonderhoud van de vreemdeling. Daarbij gelden de bestaansminima als bedoeld in de Algemene bijstandswet. De rechtbank ziet in de toelichting op artikel 3.29 Vb 2000, in het licht van de in het eerste lid, onder b, neergelegde voorwaarde dat terugkeer van de vreemdeling redelijkerwijs is gewaarborgd, voldoende rechtvaardiging voor het achterwege laten van een ontheffingsregeling. Dat in geval van (verruimde) gezinshereniging en gezinsvorming bij blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid vrijstelling van de inkomenseis wordt verleend, leidt niet tot een ander oordeel. In die situaties is immers sprake van in beginsel blijvende vestiging van de vreemdeling in Nederland, zodat een financiële waarborg voor de terugkeer naar het land van herkomst – anders dan bij familiebezoek- niet noodzakelijk is. De rechtbank overweegt voorts dat een beroep op persoonlijke omstandigheden niet kan leiden tot het voorbijgaan aan de eis van artikel 3.29, derde lid, Vb 2000. Een beroep op artikel 4:84 Awb is niet mogelijk, omdat dit artikel niet van toepassing is op algemeen verbindende voorschriften als het Vb 2000 doch slechts op beleidsregels. Het Vb 2000 bevat bovendien op dit punt geen afwijkingsmogelijkheid. De rechtbank merkt bij het vorenstaande op dat weliswaar een andere regeling met betrekking tot de inkomenseis bij familiebezoek denkbaar is, doch dat de regeling van artikel 3.29, derde lid, Vb 2000 de keuze van de wetgever is geweest. Niet gebleken is dat deze bepaling in strijd is met een hogere rechtsregel. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl