Rb. 's-Gravenhage 19 mei 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1525

Mvv-vereiste / Irak. Met betrekking tot het (ter zitting herhaalde) standpunt van verweerder, namelijk dat het voor Iraakse vreemdelingen doenlijk is zich naar de Nederlandse ambassade in Turkije of Syrië te begeven in verband met een mvv-aanvraag, overweegt de rechtbank dat ter zitting een aantal onduidelijkheden naar voren zijn gekomen. Verweerder heeft geen antwoord kunnen geven op de vraag hoe de weg die eiser zal moeten bewandelen in verband met zijn mvv-aanvraag er precies uit ziet. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk of eiser zijn mvv-aanvraag in Turkije zal kunnen afwachten, zoals uit het ambtsbericht inzake Turkije – Irakezen van 19 december 2001 naar voren lijkt te komen, of dat eiser zijn aanvraag in Noord-Irak zal moeten afwachten. Ook heeft verweerder geen duidelijk antwoord kunnen geven op de vraag hoe eiser, mede gelet op de huidige situatie aldaar, naar Noord-Irak zal kunnen reizen. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bestreden besluit naar inhoud en motivering zodanig ernstige tekortkomingen vertoont en vragen doet rijzen dat dit besluit, zowel wegens strijd met de wet als met het motiveringsbeginsel niet in stand kan blijven. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen