Rb. 's-Gravenhage 16 juni 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1524
Mvv-vereiste / hardheidsclausule / buitenbehandelingstelling. Eiseres beschikt niet over een geldige mvv en beroept zich in bezwaar op bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.71, vierde lid, Vb 2000. In navolging van de REK-uitspraak AWB 01/1776 d.d. 5 juni 2001 overweegt de rechtbank dat de vraag of sprake is van een grond voor vrijstelling van het mvv-vereiste een vraag is die voorafgaat aan de vraag of de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld vanwege het ontbreken van die mvv. Het beschikken over een geldige mvv is immers alleen een wettelijk vereiste voor het in behandeling nemen van de aanvraag indien de vreemdeling geen beroep op een vrijstellingsgrond of op de hardheidsclausule toekomt. Bij de beoordeling van een aanvraag om toelating zal verweerder derhalve eerst de vraag dienen te beantwoorden of betrokkene in aanmerking komt voor een van de vrijstellingsgronden dan wel een geslaagd beroep op de hardheidsclausule kan doen en pas als deze vraag negatief beantwoord is kan verweerder aan artikel 4:5 Awb toekomen. In bezwaar zal verweerder deze vragen opnieuw - en in dezelfde volgorde - dienen te beoordelen. Gelet op het bepaalde in artikel 7:11 Awb dient daarbij een heroverweging plaats te vinden, zodat ook eerst in bezwaar naar voren gekomen feiten en omstandigheden die van belang zijn voor een geslaagd beroep op een van de vrijstellingsgronden moeten worden meegewogen. Er is geen aanleiding voor het in stand laten van de rechtsgevolgen. Beroep gegrond, toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl