Rb. 's-Gravenhage 3 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1521
Mvv-vereiste / Liberia. Verweerder heeft eisers aanvraag om een vtv bij zijn Nederlandse partner buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een mvv. Verweerder heeft in reactie op de gemotiveerde stelling van eiser dat het gezien de situatie in Liberia voor hem niet mogelijk is aldaar een mvv te vragen, slechts vastgesteld dat dit een asielgerelateerde grond betreft, welke alleen in een asielprocedure inhoudelijk kan worden beoordeeld. Deze enkele verwijzing voldoet niet als een voldoende draagkrachtige motivering van het besluit, nu niet is nagegaan of voor Liberia ten tijde van het bestreden besluit een categoriaal beschermingsbeleid, dan wel een besluit- of vertrekmoratorium gold. In zoverre is de situatie in het land van herkomst niet zonder betekenis. Ten tijde van het bestreden besluit was er geen Nederlandse vertegenwoordiging in Liberia. In het besluit is niet opgenomen in welk (aangrenzend) land de mvv kan worden aangevraagd. Dit is niet zorgvuldig en het belet eiser bovendien hier in rechte op te reageren. Ook op dit punt is het bestreden besluit in strijd met 7:12 Awb. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl