Rb. 's-Gravenhage 15 mei 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0706
Mvv / gezinshereniging / nareiscriterium. Eiseressen hebben een mvv aangevraagd met als doel gezinshereniging. Ten aanzien van eiseres 1 stelt verweerder dat eiseres niet voldoet aan het nareiscriterium van zes maanden als bedoeld in hoofdstuk B2/1.1.1 Vc 2000. De rechtbank is van oordeel dat een strikte toepassing van het nareiscriterium in het onderhavige geval onredelijk is. Uit de verklaringen van referente kan worden afgeleid dat zij alles heeft gedaan waartoe zij redelijkerwijs in staat kon worden geacht om eiseres 1 op te sporen. Bovendien heeft referente slechts anderhalve maand na het verstrijken van de termijn de mvv-aanvraag ingediend. Deze omstandigheid had voor verweerder aanleiding moeten vormen te bezien of gebruik gemaakt had moeten worden van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit evenwel nagelaten. Ten aanzien van het beroep van eiseres 2 op artikel 8 EVRM stelt verweerder dat geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen referente en eiseres 2, omdat er geen ‘more than the normal emotional ties’ aanwezig zijn. Dat wordt niet door de rechtbank onderschreven. De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van referente voldoende bewijs van ‘further elements of dependency’ voortvloeit. Er is geen sprake is van inmenging in het familie- of gezinsleven. Verweerder heeft evenwel onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat op verweerder geen (positieve) verplichting rust om eiseres 2 verblijf in Nederland toe te staan. In het bestreden besluit is onvoldoende blijk gegeven dat alle door referente aangevoerde omstandigheden bij de belangenafweging zijn betrokken. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl