Rb. 's-Gravenhage 19 februari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0700
Mvv / deugdelijke motivering. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit de uitspraak AWB 01/51463 van 28 februari 2002 niet in acht heeft genomen. Daartoe overweegt de rechtbank dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan de overweging dat, gelet op de in artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol opgenomen standstill-bepaling, zal moeten worden beoordeeld of de aan het besluit van 28 september 2001 ten grondslag gelegde, op 11 december 1998 in werking getreden regeling van artikel 16a Vw een beperking inhoudt van de vrijheid van vestiging en van het recht van verblijf zoals dat gold op 1 januari 1973. Voorts is verweerder niet nader ingegaan op de overweging dat verweerder in het besluit van 28 september 2001 heeft nagelaten eisers stellingen over de vraag of de ongewenstverklaring van eiser zich mogelijkerwijs tegen toelating en vestiging verzet, te beoordelen in het kader van de standstill-bepaling. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in een nieuw te nemen besluit op bezwaar over beide door de rechtbank reeds eerder van belang geachte vraagstukken uit dient laten en zich niet dient te beperken tot de vraag of het mvv-vereiste een beperking inhoudt van de vrijheid van vestiging en van het recht van verblijf. Daarbij wijst de rechtbank erop dat het ontbreken van een geldige mvv onder het huidige recht niet leidt tot een buitenbehandelingstelling van de aanvraag maar tot een afwijzing daarvan. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl