Rb. 's-Gravenhage 25 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9683
Opvang / beëindiging verstrekkingen / bevoegdheid. Als formeel punt is eerst een competentiegeschil opgelost tussen de gewone bestuursrechter en de vreemdelingenrechter met betrekking tot een verzoek om een voorlopige voorziening naar aanleiding van de beëindiging van op basis van de ROA verleende voorzieningen. In een eerdere uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht de vreemdelingenrechter bij uitsluiting bevoegd geacht van het geschil kennis te nemen en heeft zich vervolgens onbevoegd verklaard. Daarop is de zaak doorgezonden naar de vreemdelingenrechter. De vreemdelingenrechter is bij nader inzien van oordeel dat de ROA geen regeling is die krachtens de Wet COA is genomen. Artikel 3a Wet COA is derhalve niet van toepassing en niet de vreemdelingenrechter maar de bestuursrechter is bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen. De zaak wordt met instemming van de partijen door de vreemdelingenrechter, als bestuursrechter, inhoudelijk afgedaan. Op de beëindiging van de toegekende verstrekkingen in het kader van de ROA is de Herziene werkwijze Stappenplan III van toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het zogenaamde ‘meewerk’-criterium. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat door verzoeker geen medewerking is verleend aan zijn terugkeer en dat mitsdien zijn ROA-verstrekkingen konden worden beëindigd. Het geding spitst zich vervolgens toe op de vraag of die beëindiging conform artikel III Wijziging Regeling opvang asielzoekers (ROA) van 27 maart 2001 heeft plaatsgevonden. Verzoeker stelt dat de in lid c van dat artikel genoemde mededeling door de korpschef, dat verzoeker de verstrekkingen diende te verlaten, niet is gedaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat is voldaan aan het bepaalde in artikel III, onder c, Wijziging Regeling opvang asielzoekers, nu op het voorblad bij de beschikking is vermeld dat verzoeker Nederland binnen vier weken moet verlaten. Afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl