Rb. 's-Gravenhage 25 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AH8568
Intrekking verblijfsvergunning asiel / artikel 8 EVRM. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van eiser is ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. De rechtbank overweegt dat de jurisprudentie van de ABRS ziet op verlening van vergunningen met als uitgangspunt de door de Vw 2000 beoogde strikte scheiding tussen verblijf op asielgerelateerde en reguliere gronden. Het is beleid van verweerder dat bij de intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd getoetst wordt aan artikel 8 EVRM. Eiser heeft een relatie met een Nederlandse vrouw en samen hebben ze een dochter. De rechtbank overweegt dat een familie- of gezinsleven zich niet enkel hoeft voor te doen bij een reguliere verblijfsvergunning, dat de omstandigheid die een beroep op artikel 8 EVRM rechtvaardigt eerst kan ontstaan nadat de reguliere vergunning is verleend, en dat een vreemdeling ook na de verleende verblijfsvergunning asiel een familie- of gezinsleven ex artikel 8 EVRM kan opbouwen. De rechtbank ziet aanleiding te oordelen dat de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op dezelfde wijze getoetst dient te worden als de intrekking van een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hierbij betrekt de rechtbank de omstandigheid dat de in artikel 35 Vw 2000 genoemde gronden voor intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en de gronden voor intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in artikel 22 Vw 2000 dezelfde zijn. De rechtbank vermag dan ook niet in te zien dat bij de intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd artikel 8 EVRM wel een rol kan spelen en bij de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet. Dat eiser een reguliere aanvraag voor verblijf bij partner kan indienen, en dat inmiddels ook gedaan heeft, maakt dit niet anders. Dat de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens wat het karakter van een reparatoire maatregel heeft, staat naar het oordeel van de rechtbank toetsing aan artikel 8 EVRM niet in de weg. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl