Rb. 's-Gravenhage 25 februari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9247
Witte-illegalenbeleid / inzenden stukken. Eiser beoogt verlening van een verblijfsvergunning op grond van TBV 1999/23. Daartoe heeft eiser op 4 oktober 1999 middels een aangetekende brief diverse stukken verzonden naar verweerder. Hoewel eiser niet heeft voldaan aan de formele vereisten nu hij bij de verzonden stukken geen brief heeft gevoegd met daarin vermeld zijn naam, dagtekening en aanduiding van de gewenste beschikking, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval de bedoelde stukken in redelijkheid hadden moeten worden opgevat als een aanvraag op grond van TBV 1999/23. De rechtbank overweegt daartoe dat de stukken zijn ingediend in de periode waarin aanvragen op grond van TBV 1999/23 moesten worden ingediend. Vervolgens blijkt de bedoeling van eiser uit de aard van de stukken, aangezien het stukken betreft die in de procedure van het TBV door verweerder worden verlangd. Verweerder heeft de stukken dan ook niet bij eerdere procedures van eiser gevoegd, maar ze apart gehouden. De stelling van verweerder dat eiser de stukken naar het verkeerde postbusnummer heeft gestuurd, doet hier niet aan af, nu de IND één organisatie is die verkeerd geadresseerde stukken intern kan doorzenden. De gemachtigde van eiser heeft binnen een bij verweerder niet ongebruikelijke beslistermijn, te weten na anderhalf jaar, geïnformeerd naar de stand van zaken, zodat verweerder alsnog op de aanvraag had kunnen beslissen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met betrekking tot genoemde stukken onzorgvuldig heeft gehandeld, mede gelet op het evidente belang van eiser om op het juiste spoor te worden gezet en het niet kunnen indienen van dezelfde aanvraag nu het een tijdelijke regeling betreft. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl