Rb. 's-Gravenhage 22 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9172

Mvv / middelen van bestaan. De echtgenoot van eiseres (referent) heeft namens eiseres een mvv-aanvraag ingediend. Hoewel sedert 28 juni 2001 sprake is van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk en referent over voldoende middelen van bestaan beschikt, heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat deze middelen niet als duurzaam kunnen worden aangemerkt. Op advies van de ambtelijke commissie referent door zijn werkgever een brief heeft laten opstellen waarin is meegedeeld dat zijn nog lopende contract zal worden opengebroken en verlengd tot 31 december 2002. De rechtbank constateert dat in de staat van inlichtingen in verband met de mvv-aanvraag wordt verklaard dat er op 21 juni 2001 een gewijzigde arbeidsovereenkomst is gesloten met een dienstverband tot 30 december 2002. Ter zitting heeft referent aangegeven dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij door het inzenden van de brief van zijn werkgever aan alle aan hem gestelde vereisten voldeed. Naar het oordeel van de rechtbank is de brief aan te merken als een feit dat voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kon zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat zou zijn voldaan aan het criterium dat er gedurende een periode van nog ten minste een jaar voldoende middelen van bestaan aanwezig moesten zijn, indien referent ten tijde van de bestreden beschikking reeds beschikte over een arbeidsovereenkomst tot 31 december 2002. Nu verweerder, in afwijking van hetgeen ter zitting van de ambtelijke commissie is besproken, ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar geen betekenis meer wenste toe te kennen aan de verlengde arbeidsovereenkomst, had verweerder gelet op artikel 7:9 Awb referent in de gelegenheid dienen te stellen over deze brief te worden gehoord. Dat verweerder zulks achterwege heeft gelaten klemt temeer daar verweerder in de bestreden beschikking aan deze brief niet die waarde heeft toegekend die referent daaraan toegekend wilde zien en er gelet op de staat van inlichtingen bij verweerder kennelijk onduidelijkheid bestond over het al dan niet aanwezig zijn van een gewijzigde en getekende arbeidsovereenkomst. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen