Rb. 's-Gravenhage 4 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8820

Wav / tewerkstellingsvergunning. Verzocht wordt te bepalen dat verzoekster wordt behandeld als ware aan haar een tewerkstellingsvergunning (twv) verleend ten behoeve van de werkneemster totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder heeft de gevraagde vergunning geweigerd op grond van artikel 9, aanhef en onder g, Wav, in samenhang met paragraaf 8.3 van de Beleidsregels inzake uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (de Beleidsregels). Verweerder is van mening dat voor het standpunt van verzoekster, dat artikel 9, aanhef en onder g, Wav blijkens de parlementaire geschiedenis slechts kan worden ingeroepen indien aangetoond wordt dat zowel de werkgever als de werknemer te kwader trouw waren, in de parlementaire geschiedenis geen aanknopingspunt is te vinden. Hiermee heeft verweerder de duidelijke bewoordingen van de minister in zijn brief van 26 mei 2000 aan de Tweede Kamer miskend. Nu verweerder van kwade trouw van de kant van werkgeefster noch werkneemster sprake acht en dit evenmin anderszins is gesteld of gebleken, heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter van de bevoegdheid de twv te weigeren op grond van artikel 9, aanhef en onder g, Wav in redelijkheid geen gebruik kunnen maken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijft naast de mogelijkheid van verlening van een tijdelijke twv op voet van artikel 11, vierde lid, Wav, de mogelijkheid van verlening van een twv voor drie jaren op grond van artikel 11, eerste lid, Wav, onverminderd bestaan. De wijze waarop de werkgever zijn aanvraag onderbouwt speelt hierbij een belangrijke rol. Door middel van het Convenant Arbeidsvoorziening Zorgsector (het CAZ), neergelegd in paragraaf 8.3 van de Beleidsregels, door middel van beleid derhalve, kan van dit wettelijke systeem niet worden afgeweken. De door verweerder geformuleerde doelstelling van het CAZ, te weten voorkomen dat de vreemdeling na drie jaar rechtmatig verblijf het recht verkrijgt op permanent verblijf in Nederland en een vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, hetgeen gelet op deze beleidsregels en het restrictieve toelatingsbeleid tot de Nederlandse arbeidsmarkt als ongewenst wordt beschouwd, vormt voorts geen zelfstandige weigeringsgrond in aanvulling op de wettelijke weigeringsgronden voor de afwijzing van de aanvraag van een twv op grond van artikel 11, eerste lid, Wav. Toewijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen