Rb. 's-Gravenhage 10 februari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8804

Wav / tewerkstellingsvergunning / prioriteitgenietend aanbod. De vraag of de werkgever voldoende inspanningen heeft gepleegd de arbeidsplaatsen door prioriteitgenietend arbeidsaanbod te vervullen in de zin van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, Wav, kan pas worden beantwoord indien is vastgesteld dat voor de betreffende arbeidsplaatsen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt daadwerkelijk beschikbaar is als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, Wav. Vooralsnog bestaat onvoldoende feitelijke grondslag voor de stelling dat voor de desbetreffende arbeidsplaatsen prioriteitgenietend aanbod beschikbaar is op de arbeidsmarkt van de EU-lidstaten. Verweerder heeft 22 maanden de tijd genomen om gegevens te verzamelen teneinde de stelling te kunnen onderbouwen, maar is niet in staat gebleken enige concrete informatie te verschaffen over de bestaande omvang van het prioriteitgenietend arbeidsaanbod in de EU-lidstaten voor de desbetreffende vacatures. Niet valt uit te sluiten echter dat verweerder in de beslissing op bezwaar het standpunt dat voldoende prioriteitgenietend aanbod beschikbaar is op de arbeidsmarkt van de EU-lidstaten alsnog van voldoende motivering zal kunnen voorzien. Dat het bestreden besluit berust op onvoldoende feitelijke grondslag is op zichzelf dan ook niet voldoende voor toewijzing van de voorlopige voorziening. Ingevolge artikel 8:81 Awb dient bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening een belangenweging plaats te vinden. Ten aanzien van het belang van de werkgever stelt de voorzieningenrechter onbetwist vast dat de werkgever contractueel verplicht is op korte termijn een aantal opdrachten uit te voeren en dat hij daarvoor onvoldoende personeel beschikbaar heeft. De werkgever heeft derhalve belang bij toewijzing van de gevraagde voorziening. Gelet op het TBV 2002/63 lijkt het te realiseren dat op basis van de te treffen voorlopige voorziening aan de werknemers op korte termijn een mvv en een verblijfsvergunning kunnen worden toegekend, indien zij tenminste aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoen, waarmee zij daadwerkelijk de werkzaamheden bij de werkgever kunnen gaan verrichten. Mocht verweerder in bezwaar alsnog beslissen tot het verlenen van de gevraagde vergunning, wat op voorhand niet kan worden uitgesloten, dan ontstaat voor de werkgever het onevenredige en onherstelbare nadeel dat hij niet met terugwerkende kracht over de gevraagde tewerkstellingsvergunning twv kan beschikken. Mocht de beslissing op bezwaar evenwel tot de conclusie leiden dat de aanvragen tot het verlenen van een twv terecht zijn afgewezen, dan bestaat voor verweerder het nadeel eruit dat de werkgever ten onrechte is behandeld als ware hij in het bezit van een twv. Dat nadeel dient onder de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van verweerder te komen. Toewijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen