Rb. 's-Gravenhage 14 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8331
Driejarenbeleid / vvtv / tijdsverloop. Eiser is afkomstig uit Noord-Irak. Hem is een vvtv verleend. Voorzover eiser zich op het standpunt stelt in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid, overweegt de rechtbank dat uit het besluit van 10 oktober 2001 niet kan worden afgeleid dat dit mede strekt tot weigering van een dergelijke vergunning. Gelet op de uitspraak 200206784/1 van de ABRS van 16 januari 2003 kan de rechtbank in de onderhavige procedure dan ook niet oordelen over de vraag of aan eiser op grond van het driejarenbeleid een vergunning moest worden verleend. Dit geldt evenzeer voor de ter zitting door eiser ingenomen stelling dat hij in aanmerking dient te komen voor een vergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’. Eiser dient terzake een nieuwe (reguliere) aanvraag in te dienen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl