Rb. 's-Gravenhage 31 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7750

Buitenbehandelingstelling aanvraag / schorsende werking / inname paspoort. Verweerder heeft zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op goede gronden op het standpunt gesteld dat de aanvraag van verzoeker om toelating buiten behandeling diende te worden gesteld wegens het niet tijdig betaald hebben van leges. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat het bezwaar tegen zijn besluit geen schorsende werking heeft. Krachtens artikel 73, eerste lid, Vw 2000 is van schorsende werking sprake indien het gaat om een besluit tot afwijzing van een aanvraag. De tekst van deze bepaling laat geen ruimte om te oordelen dat een besluit tot buitenbehandelingstelling van een aanvraag mede onder de schorsende werking moet worden gebracht. De omstandigheid dat in het besluit staat vermeld dat een tijdig ingediend bezwaarschrift de rechtsgevolgen van dit besluit opschort, kan er niet toe leiden dat in weerwil van de duidelijke tekst van de wet in dit geval toch schorsende werking zou moeten worden aangenomen. Het bezwaar tegen de weigering van verweerder om verzoeker zijn in bewaring genomen paspoorten terug te geven heeft een redelijke kans van slagen. Ingevolge artikel 3.1 Vb 2000 was het verzoeker toegestaan de beslissing op de toelatingsaanvraag af te wachten. Ingevolge artikel 8, onder f, Vw 2000 had hij rechtmatig verblijf in afwachting van die beslissing. Aan de voorwaarden ex artikel 4.23, eerste lid onder a, b, c dan wel d, Vb 2000 werd dus niet voldaan. Eiser verblijft inmiddels niet meer rechtmatig in Nederland, maar omdat verweerder geen voornemen tot uitzetting heeft, bestaat er geen bevoegdheid om de paspoorten van verzoeker in bewaring te houden. Afwijzing verzoek onder het bevel de paspoorten te retourneren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen