Rb. 's-Gravenhage 17 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7717

Driejarenbeleid / vvtv / tijdsverloop. De rechtbank oordeelt dat bij uitspraak van de rechtbank Zwolle van 13 juni 2000 in rechte is komen vast te staan dat eiser geen vluchteling is en dat hij geen aanspraak kan maken op vtv wegens klemmende redenen van humanitaire aard. Thans staat ter beoordeling of verweerder eiser op goede gronden een vvtv heeft onthouden. Ingevolge artikel 12a en artikel 12b Vw heeft verweerder de beleids- en beoordelingsvrijheid om, met betrekking tot het desbetreffende land van herkomst, dat beleid onmiddellijk te beëindigen en alsdan een verleende vvtv aanstonds in te trekken dan wel niet langer te verlengen. Gebleken is dat het vvtv-beleid voor etnisch Albanezen uit Kosovo gold van 21 april 1999 tot 16 juli 1999. Niet valt in te zien waarom verweerder eiser op de datum van het bestreden besluit met terugwerkende kracht in het bezit had moeten stellen van een vvtv, nu verweerder vanaf 16 juli 1999 geen vvtv-beleid meer voerde. Zelfs in geval eiser destijds in het bezit was gesteld van een vvtv had dit geleid tot intrekking dan wel niet-verlenging van de vvtv, nu verweerder op het moment van het beëindigen van het vvtv-beleid hiertoe bevoegd was. De rechtbank stelt vast dat blijkens de REK-uitspraak van 18 juni 1998 het beroep op het driejarenbeleid moet worden beoordeeld naar de stand van dit beleid ten tijde van het vollopen van de driejarentermijn. Gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag om toelating door eiser, 7 augustus 1997, betekent dit dat de driejarentermijn is volgelopen op 7 augustus 2000. Het op dat moment van toepassing zijnde beleid is neergelegd in hoofdstuk A4/6.22.2 Vc-1994. Dit beleid is in werking getreden op 3 augustus 2000. De rechtbank stelt voorop dat zij het door verweerder geformuleerde beleid slechts marginaal kan toetsen. Marginaal toetsend is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk A4/6.22.2 Vc-1994 in zijn algemeenheid kennelijk onredelijk is. Het beleid staat niet op gespannen voet met de REK-uitspraken van 19 mei 2000. Uit voornoemde uitspraken valt niet af te leiden dat verweerder niet een dergelijk beleid zou mogen hanteren. Het expliciet opnemen van de beleidsregel dat bij het louter doorprocederen voor een vvtv het driejarenbeleid niet geldt kan dan ook de marginale beleidstoets doorstaan. Verweerder heeft eiser op goede gronden een vtv op grond van het driejarenbeleid kunnen onthouden. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen