Rb. 's-Gravenhage 5 februari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6496
Afghanistan / categoriaal beschermingsbeleid De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot afschaffing van het categoriaal beschermingsbeleid voor Afghaanse vluchtelingen. In dit geval heeft verweerder in het besluit op bezwaar categoriale bescherming onthouden, omdat eiser enige dagen in Pakistan heeft verbleven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte categoriale bescherming heeft onthouden omdat op het moment van het nemen van het besluit bekend kon zijn dat Pakistan Afghanen, zoals eiser, niet meer toelaat. In principe is het gebrek in dit besluit niet relevant nu verweerder - terecht - heeft besloten tot afschaffing van het categoriale beschermingsbeleid. Anders is het echter indien tot de conclusie moet worden gekomen dat verweerder ten onrechte categoriale bescherming heeft onthouden en eiser daardoor in een nadeliger positie is gekomen dan waarin hij zou hebben verkeerd wanneer verweerder in eerste instantie wel categoriale bescherming zou hebben geboden. Uit jurisprudentie van de ABRS blijkt dat de rechtsregel dat het bestuursorgaan na een vernietiging een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van gewijzigde omstandigheden uitzondering lijdt, indien het gewijzigde rechtsregime ongunstiger is voor betrokkene. Indien verweerder de derdelandenexceptie niet had tegengeworpen, zou eiser mogelijk in het bezit zijn gesteld van een vvtv. In beginsel zou eiser, na drie jaren lang in het bezit te zijn gesteld van een vvtv, dan wel een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000, aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 34, Vw 2000. In eisers situatie zou deze aanspraak in beginsel zijn ontstaan op 30 juni 2002, derhalve nog voor verweerders besluit tot afschaffing van het categoriaal beschermingsbeleid. De rechtbank is van oordeel dat er onder deze omstandigheden een uitzondering moet worden gemaakt op het uitgangspunt dat een beroep op toelating op grond van het beleid van categoriale bescherming ongegrond is, ook als zou blijken dat ten tijde van het bestreden besluit ten onrechte categoriale bescherming is onthouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl