Rb. 's-Gravenhage 15 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5314
Ingangsdatum / verblijfsvergunning / middelenvereiste. Uit artikel 3.75, eerste lid, Vb 2000, volgt dat de in artikel 16, eerste lid, onder c, Vw 2000, bedoelde middelen van bestaan duurzaam zijn indien zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Met de woorden "op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven“ is tot uitdrukking gebracht dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het duurzaamheidsvereiste om de enkele reden dat de middelen van bestaan op het tijdstip van de aanvraag wel, maar op het tijdstip van de beschikking niet (meer) duurzaam zijn. De aanvraag wordt evenmin afgewezen, indien aangetoond wordt dat de middelen van bestaan op enig moment tussen beide tijdstippen als duurzaam zijn aan te merken, zo heeft de besluitgever in de nota van toelichting de betekenis van de bewoordingen van artikel 3.75 Vb 2000 toegelicht. Uit het dossier blijkt, dat de partner van eiseres met ingang van 26 maart 2001 een arbeidscontract voor onbepaalde tijd is aangegaan. Niet in geschil is dat op dat moment aan het duurzaamheidsvereiste van artikel 3.75, eerste lid, Vb 2000, was voldaan. Eiseres heeft echter eerst op 21 juni 2001 aan verweerder een geldig nationaal paspoort van Joegoslavië overgelegd. Uit deze feiten volgt dat eerst op 21 juni 2001 aan beide vereisten was voldaan. De vergunning had derhalve in elk geval met ingang van deze datum moeten worden verleend. In tegenstelling tot hetgeen de gemachtigde heeft betoogd, kan een beroep op artikel 8 EVRM niet zover strekken dat verweerder gehouden is haar alsnog over de verstreken periode sedert de intrekking van de vvtv tot aan het moment van het verlenen van de vergunning voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf bij echtgenoot een vtv op grond van artikel 8 EVRM te verlenen. Niet is gebleken dat verweerder in die periode feitelijk inbreuk heeft gemaakt op het door eiseres hier te lande daadwerkelijk uitgeoefende gezinsleven. Aan een beroep op de door eiseres overgelegde REK-uitspraak AWB 98/7660, 98/7661 d.d. 11 maart 1999 kan de rechtbank gegeven het vorengaande niet meer toekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl