Rb. 's-Gravenhage 9 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5205

Ongehuwdverklaring / legalisatie / driejarenbeleid. Eiser heeft een aanvraag voor vtv bij partner en het verrichten van loonarbeid gedaan. Eiser heeft in de beroepsprocedure alsnog de vereiste documenten overgelegd. Deze documenten zijn na een langdurige procedure geverifieerd en akkoord bevonden door de minister van Buitenlandse Zaken. Verweerder stelt dat deze stukken te laat zijn ingediend en buiten beschouwing dienen te blijven gelet op de ex-tunctoetsing. De rechtbank is van oordeel dat in casu bezwaarlijk voorbij kan worden gegaan aan het aanzienlijke tijdsverloop sinds de aanvraag is gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een bestuursorgaan, dat in de loop van de beroepsprocedure de onjuistheid van het genomen besluit inziet en aankondigt het besluit in te trekken, worden verwacht dat het binnen een redelijke termijn opnieuw in de zaak voorziet en met aandacht voor omstandigheden die voor de nieuwe beslissing van belang kunnen zijn. Het bestreden besluit schiet hierin te kort. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van verweerder zou hebben gelegen om navraag te doen wat de stand van zaken was in de procedure ter legalisatie van de ongehuwdverkaring alvorens uitspraak te doen. In aanmerking genomen dat de beslissing in die procedure aanstaande was, zou een aanhouding van het besluit in de rede hebben gelegen. In het geval een positieve beslissing van Buitenlandse Zaken zou leiden tot een nieuw toelatingsverzoek waarbij het mvv-vereiste zou worden tegengeworpen, zou op deze wijze verder tijdverlies kunnen worden vermeden. Voorts lag een uitstel van het besluit in de rede omdat uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt dat in het geval van eiser sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop. Daaraan staat noch het mvv-vereiste noch de inkomenseis in de weg, zodat de zaak zich toespitst op het al dan niet ontbreken van een geverifieerde ongehuwdverkaring. Het besluit van verweerder voldoet niet aan de zorgvuldigheidseis neergelegd in artikel 3:2 Awb. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen