Rb. 's-Gravenhage 16 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4525
Amv / adequate opvang / ama-beleid. Verweerder heeft in het bestreden besluit kennelijk toepassing gegeven heeft aan zijn beleid inzake opvang, neergelegd in hoofdstuk C2/7.4.1 Vc 2000, waarin verweerder gevolgen verbindt aan - onder meer - het afleggen van ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen door vreemdelingen, wier minderjarigheid op zichzelf niet in geding is. De rechtbank ziet zich thans gesteld voor de vraag of verweerder op goede gronden tot toepassing van dit ter uitvoering van de Vw 2000 opgestelde beleid is overgegaan. Het uitgangspunt dat overeenkomstig het beginsel van onmiddellijke werking toepassing dient te worden gegeven aan het bij het nemen van de beslissing op bezwaar geldende beleidsmatige toetsingskader, geldt naar het oordeel van de rechtbank niet absoluut. Dit uitgangspunt lijdt bijvoorbeeld uitzondering indien de regelgever zulks heeft bepaald. Uit TBV 2000/30 kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat verweerder bij het nemen van het bestreden besluit toepassing had behoren te geven aan het oude ama-beleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl