Rb. 's-Gravenhage 28 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7254

Openbare orde / ongewenstverklaring. De aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning is afgewezen en eiser is ongewenst verklaard. Eiser is met toepassing van artikel 56 Wetboek van Strafrecht wegens samenloop van twee misdrijven een straf opgelegd van meer dan zes maanden. De rechtbank stelt vast dat noch in de Vw 2000, noch in het Vb 2000, noch in de Vc 2000 expliciet is bepaald dat in geval van samenloop van twee of meer misdrijven en waarbij een van de misdrijven geen maximum gevangenisstraf van drie jaren kent, ook dit gedeelte van de gevangenisstraf moet worden betrokken bij de vraag of de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde. In het bestreden besluit is gesteld dat het niet aan verweerder is onderscheid te maken in de opgelegde straf naar het overtreden artikel van het Wetboek van Strafrecht als dat door het gerechtshof niet is gebeurd. Naar het oordeel van de rechtbank ontbeert het bestreden besluit op dit punt een draagkrachtige motivering. Immers, een samenloopregeling als voortgezette handeling ziet met name op het strafmaximum dat een strafrechter in acht dient te nemen. In geval van samenloop rekent de strafrechter de opgelegde straf niet toe aan de te onderscheiden misdrijven. Gelet op artikel 3.20, tweede lid aanhef en onder b, Vb 2000 ligt het op de weg van verweerder zich uit te laten over de vraag of in geval van samenloop van twee misdrijven, waarbij een van de misdrijven geen maximum gevangenisstraf van drie jaren kent, de opgelegde straf geheel dient te worden toegerekend aan het misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren is bedreigd en waarom en op welke wijze eventueel een toerekening van de opgelegde straf aan de twee gepleegde misdrijven plaats dient te vinden. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen