Rb. 's-Gravenhage 2 oktober 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7226

Opvang / bevoegdheid rechtbank. Eiser is asielrechtelijk uitgeprocedeerd. Eiser heeft aan de poort van een opvangcentrum een verzoek om opvang gedaan, die hem aldaar mondeling is geweigerd. Eiser dient een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek om opvang, alsmede een verzoek om een voorlopige voorziening. Aan zijn echtgenote, eiseres, en haar kinderen, is opvang geboden in een opvangcentrum. Eiseres heeft verzocht om overplaatsing naar een ander opvangcentrum. Zij dient beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om overplaatsing, alsmede een verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser bevindt zich niet in een situatie als bedoeld in artikel 3 Rva. Er is geen asielaanvraag aanhangig en eiser bevindt zich niet in de situatie als bedoeld in TBV 2001/24 of TBV 2001/31. Eisers verzoek om opvang is derhalve geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb. De rechtbank is dan ook onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op dat verzoek, alsmede van het daaraan hangende verzoek om een voorlopige voorziening. De feitelijke weigering aan de poort is geen besluit in de zin van artikel 3a Wet COA nu deze handeling geen wijziging in de reeds van rechtswege ingetreden rechtsgevolgen brengt. Een beslissing tot weigering van overplaatsing is geen besluit in de zin van artikel 3a Wet COA. De vreemdelingenrechter is derhalve niet bevoegd. Het rechtsmiddel tegen het uitblijven van een dergelijke beslissing is derhalve bezwaar. Het beroep wordt als bezwaar doorgezonden aan verweerder. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt doorgezonden aan de rechtbank Arnhem.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen