Rb. 's-Gravenhage 19 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5276
Bewaring / staandehouding / uitzetting. Gedurende de ophouding van eisers had verweerder de voorbereidingen van de uitzetting van de vreemdelingen ter hand genomen en was derhalve sprake van een voornemen tot uitzetting. Uit de uitspraak van de Afdeling d.d. 29 mei 2001 volgt niet dat eisers geen recht op een daadwerkelijk te effectueren rechtsmiddel toekomt om vooraf op te komen tegen de uitzetting. Ook artikel 13 EVRM brengt met zich mee dat er een mogelijkheid moet zijn om vooraf een rechtsmiddel aan te wenden om de uitzetting te voorkomen. Eisers zijn ex artikel 50 Vw 2000 staandegehouden en opgehouden in een politiebus. Sommigen zijn in de gelegenheid gesteld twee minuten met een advocaat te spreken al dan niet met behulp van een tolk, terwijl anderen in het geheel niet met een advocaat hebben kunnen spreken. Hier kan niet gesproken worden van een daadwerkelijke verlening van rechtsbijstand aan eisers. Ook overigens zijn eisers niet gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van een rechtsmiddel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in strijd met artikel 13 EVRM heeft gehandeld om welke reden het handelen van verweerder ex artikel 50 Vw 2000 onrechtmatig is. Verweerder heeft niet middels een schriftelijk verslag aangetoond dat de afzonderlijke verblijfplaatsen waar eisers zijn staandegehouden, met volledige instemming van bewoners zijn betreden en kan het alsnog door verweerder overgelegde mutatierapport waarin de binnentreding van het pand zonder toestemming wordt beschreven, niet beschouwd worden als een ‘schriftelijk verslag’ als bedoeld in artikel 10 Awbi. Dit leidt ertoe dat het binnentreden bij de controle geacht wordt onbevoegd te hebben plaatsgevonden, waaruit tevens voortvloeit dat de staandehouding en ophouding van eisers onrechtmatig dient te worden geacht. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl