Rb. 's-Gravenhage 21 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4579
Bewaring / staandehouding / redelijk vermoeden illegaal verblijf. Eiser, een Chileen, is in het kader van een verkeerscontrole gecontroleerd en vervolgens staande gehouden. De rechtbank is van oordeel dat de vreemdelingenrechtelijke staandehouding niet rechtmatig is geweest. Er bestond geen redelijk vermoeden dat eiser illegaal in Nederland verbleef. De omstandigheid dat in het Chileense paspoort van eiser geen toelatingsstempel stond en de door de verbalisanten telefonisch verkregen informatie dat eiser niet in het Vreemdelingenadministratiesysteem (VAS) is opgenomen rechtvaardigen een dergelijk vermoeden niet. De verbalisanten hebben eiser niet gevraagd hoe hij Nederland was ingereisd. Omdat op een vreemdeling, die anders dan via een buitengrens Nederland inreist, geen verplichting rust om zich bij een ambtenaar belast met grensbewaking te vervoegen, kan het ontbreken van een aantekening als bedoeld in artikel 4.45 Vb 2000 geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren. De verbalisanten hebben verder niet gevraagd hoe lang eiser in Nederland wilde verblijven, hoe lang hij al hier te lande verbleef en of hij wellicht in een hotel of inrichting als bedoeld in artikel 4.48, derde lid,Vb 2000 verbleef. Uit de omstandigheid dat eiser niet in het VAS voorkomt heeft verweerder af mogen leiden dat eiser zich niet bij de korpschef heeft gemeld. Verweerder heeft echter niet zonder voorbehoud gesteld dat opname in enige nachtregistratie automatisch tot een melding in het VAS leidt. De omstandigheid dat eiser niet in het VAS is opgenomen levert dus evenmin een redelijk vermoeden op. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl