Rb. 's-Gravenhage 30 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4570
Ongewenstverklaring / schorsing in bezwaar. Verzoeker is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid aanhef en onder a, Vw 2000 vanwege het bij herhaling overtreden van de meldingsplicht ex artikel 4.39 Vb 2000. Verzoeker heeft een verzoek gedaan om schorsing van het besluit tot ongewenstverklaring. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van verzoeker, dat hij bij achterwege blijven van de gevraagde voorziening het risico van een strafrechtelijke vervolging en veroordeling ex artikel 197 Wetboek van Strafrecht loopt, van voldoende (spoedeisend) belang is om hem in zijn verzoek te ontvangen. Zolang de strafrechter zich ter zake nog niet heeft uitgesproken kan verweerder een eigen constatering, dat overtredingen ex artikel 67, eerste lid onder a, Vw 2000 zijn begaan, aan zijn besluit tot ongewenstverklaring ten grondslag leggen. Dat de (wijze van) toepassing van de strafbepaling van artikel 4.39 Vb 2000 aldus in strijd komt met artikel 6 EVRM, kan verzoeker in een eventuele strafzaak naar voren brengen. Verzoeker meent dat er sprake is van een bij herhaling overtreden van strafbare feiten indien er meer dan twee maal sprake is geweest van het begaan van overtredingen. De rechtbank stelt dat ook bij twee overtredingen er naar gewoon taalgebruik sprake is van het meer dan eens en dus bij herhaling overtreden van strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder in het bestreden besluit genoemde feiten evenwel niet beide zijn aan te merken als een overtreding van artikel 4.39 Vb 2000. De rechtbank concludeert dat aan het bestreden besluit geen feiten ten grondslag liggen die kunnen worden aangemerkt als het bij herhaling begaan van een strafbaar feit. Verzoeker is op ontoereikende gronden ongewenst verklaard. Het besluit tot ongewenstverklaring wordt geschorst tot vier weken nadat op bezwaar zal zijn beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl