Rb. 's-Gravenhage 12 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2810

Somalië / reisdocumenten. De rechtbank is, marginaal toetsend, van oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres onvoldoende medewerking heeft verleend aan het verkrijgen van een Somalisch reisdocument, ten behoeve van haar terugkeer naar Somalië. De rechtbank overweegt hiertoe dat eiseres diverse pogingen heeft ondernomen om in het bezit te komen van een Somalisch reisdocument. Zo heeft eiseres contact opgenomen met het IOM en met diverse Somalische zelfhulporganisaties, die haar geen van allen behulpzaam konden zijn bij het verkrijgen van een Somalisch reisdocument. Verder heeft zij getracht om contact op te nemen met de Somalische vertegenwoordiging in Brussel, welke evenwel gesloten bleek te zijn. Namens eiseres is verklaard dat zij geen contact heeft kunnen opnemen met de Somalische consulaire vertegenwoordigingen in Genève en in Rome, omdat zij niet over het adres van deze vertegenwoordigingen beschikte en omdat de in Nederland gevestigde organisaties waar zij navraag heeft gedaan ook niet bekend waren met deze adressen. Ter zitting is namens verweerder verklaard dat deze adressen ook bij verweerder niet bekend zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet in redelijkheid op deze grond op het standpunt kunnen stellen dat eiseres onvoldoende medewerking heeft verleend aan het verkrijgen van een Somalisch reisdocument; zolang het adres van deze Somalische consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland ook bij verweerder niet bekend is, kan verweerder niet in redelijkheid van eiseres verlangen dat zij zich hiertoe wendt. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen