Rb. 's-Gravenhage 17 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2232

Turkije / PKK / artikel 1F VSV. Eiseres, afkomstig uit Turkije, heeft een asielaanvraag ingediend. Zij is lid geweest van het Centraal comité en de Presidentiële Raad van de PKK. De asielaanvraag is afgewezen. Daarbij heeft verweerder artikel 1F Vluchtelingenverdrag (VSV) tegengeworpen. Op basis van de verklaringen van eiseres, op de zaak toegespitste informatie van de minister van Buitenlandse Zaken en algemene informatie over de situatie in Turkije heeft verweerder geconcludeerd dat ten aanzien van eiseres moet worden aangenomen dat zij misdrijven tegen de menselijkheid (of andere misdrijven in de zin van artikel 1F VSV) heeft begaan of mogelijk heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat ten aanzien van eiseres ernstige redenen bestaan om ervan uit te gaan dat zij (bijvoorbeeld) misdrijven tegen de menselijkheid heeft begaan. De rechtbank stelt voorop dat artikel 1F VSV restrictief moet worden uitgelegd. Volgens vaste jurisprudentie moet aan de motivering in dergelijke zaken hoge eisen worden gesteld. Aan deze eisen is niet voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de verklaringen van eiseres noch uit de functies die zij binnen de PKK heeft vervuld worden afgeleid dat zij misdrijven tegen de menselijkheid heeft begaan of mogelijk gemaakt. Verder heeft eiseres de individuele ambtsberichten gemotiveerd bestreden. Voor de rechtbank staat de inhoudelijke juistheid van deze ambtsberichten niet langer buiten kijf. Daarbij heeft de rechtbank onder andere de inhoud laten meewegen van de op verzoek van eiseres uitgebrachte deskundigenrapporten. Beroep gegrond. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen op de aanvraag. Zie ook persbericht rechtbank Amsterdam d.d. 17 december 2002

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen