Rb. 's-Gravenhage 27 augustus 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9644

Kirgizië / ambtsbericht. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder op de aangegeven gronden niet kan volhouden dat aan het relaas geen geloof kan worden gehecht. Verweerder heeft hierdoor ten onrechte een zwaardere bewijslast op eisers gelegd. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers niet als vluchteling kunnen worden aangemerkt. Eiser heeft aangegeven dat de mannen, die hem bedreigden, contacten hadden met zowel lokale als hogere autoriteiten, maar ook dat, hoewel de Wahab-beweging officieel in Kirgizië is verboden, veel vertegenwoordigers van de autoriteiten sympathisanten zijn van deze beweging. De rechtbank is van oordeel dat uit de overwegingen van verweerder niet blijkt dat verweerder waarde heeft toegekend aan dit, naar het oordeel van de rechtbank essentiële, aspect van eisers verklaringen. In het kader van de gestelde vrees van de zijde van de autoriteiten acht de rechtbank verder van belang dat eiser ter zitting aan de rechtbank een document heeft getoond welk, volgens eiser, een origineel document betreft hetgeen de rechtbank op voorhand niet uitsluit. Verweerder heeft hier bij afwezigheid ter zitting niet op kunnen reageren, hetgeen niet ten nadele van eiser mag komen. Voorts acht de rechtbank in deze zaak van belang dat er slechts beperkte informatie over Kirgizië beschikbaar is. Weliswaar is op 1 juli 2001 een ambtsbericht uitgebracht, maar dit ziet op de situatie van dienstplichtigen in Kirgizië en handelt niet over de algemene en mensenrechtensituatie aldaar. Bij het ontbreken van een - voor de onderhavige zaak relevant en recentelijk - ambtsbericht over de situatie in Kirgizië, is de rechtbank van oordeel dat op verweerder een zwaardere motiveringsplicht rust. Dit klemt te meer nu uit het Country Report on Human Rights Practises van 4 maart 2002 over het jaar 2001 blijkt dat de situatie in Kirgizië niet rooskleurig is en dat sprake is (geweest) van arbitrair politieoptreden. De stelling in het verweer dat eiser blijkens dit rapport zonder meer de bescherming van de (hogere) autoriteiten kan inroepen, maakt dit niet anders, reeds omdat uit de verklaringen van eiser kan worden opgemaakt dat hij ook van deze zijde stelt te vrezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen