Rb. 's-Gravenhage 3 juni 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9551
Schorsende werking / rechtmatig verblijf. Artikel 6:16 Awb bepaalt dat het instellen van beroep de werking van het besluit niet schorst. In artikel 82, eerste lid, Vw 2000 heeft de wetgever op deze regel welbewust een uitzondering gemaakt. In asielzaken als de onderhavige geldt dat het instellen van beroep in beginsel schorsende werking heeft. De wetgever heeft echter in bepaalde gevallen deze schorsende werking niettemin willen uitsluiten. Hierin is voorzien in de leden 2 tot en met 4 van artikel 82 Vw 2000. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de onderhavige zaak niet te brengen onder één van de in deze leden genoemde gevallen. De redenering die verweerder voorstaat, namelijk dat artikel 67, derde lid, Vw 2000 in verbinding met artikel 8, onder h, Vw 2000 verhindert dat er krachtens artikel 82 Vw 2000 schorsende werking wordt toegekend aan het beroepschrift, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een oneigenlijke uitbreiding van de uitzonderingen op de in artikel 82, eerste lid, Vw 2000 vervatte regel. Artikel 67, derde lid, en artikel 8, onder h, Vw 2000 hebben immers expliciet betrekking op het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland. Enkel op zeer indirecte wijze is een verband te leggen met de kwestie van de schorsende werking. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het voor de hand gelegen dat de wetgever, indien het haar bedoeling was geweest, zulks expliciet in artikel 82 Vw 2000 had neergelegd. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl