Rb. 's-Gravenhage 26 juli 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9493

Nationaliteitswetgeving / voormalige Sovjet-Unie. Eiser is afkomstig uit Baku, gelegen in de voormalige Sowjet(deel)republiek Azerbeidzjan en behoort tot de Armeense bevolkingsgroep. Eiser stelt staatloos te zijn. Begin 1990 is eiser vertrokken naar de Russische Federatie. De rechtbank is niet tot de overtuiging kunnen komen dat eiser in het bezit is van de Russische nationaliteit. Op basis van de Wet op het staatsburgerschap van de Russische Federatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden geconcludeerd dat eiser van rechtswege het Russisch staatsburgerschap heeft verkregen. Het standpunt van verweerder dat moet worden aangenomen dat eiser de Russische nationaliteit bezit, is dan ook onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank is voorts van oordeel dat niet enkel op basis van de door verweerder aangehaalde telefoonnotitie van de minister van Buitenlandse Zaken van 19 november 1999 kan worden geconcludeerd dat ongeloofwaardig is dat eiser zich zonder geldig identiteitsbewijs langer dan tien jaar in de Russische Federatie staande heeft kunnen houden en aldaar heeft gewerkt. Bedoelde telefoonnotitie sluit immers niet uit dat eiser als illegale vreemdeling buiten het officiële circuit heeft kunnen wonen en werken in de Russische Federatie. Eisers verklaringen wijzen ook in die richting. Verweerder heeft zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat eiser de Russische nationaliteit heeft en mitsdien kan terugkeren naar de Russische Federatie en voorts dat eventuele problemen bij vertrek naar Azerbeidzjan in de onderhavige procedure geen rol spelen. Nu verweerder ervan uitgaat dat eiser de Russische nationaliteit bezit en derhalve niet - indachtig meergenoemd ambtsbericht - de vraag onder ogen heeft gezien of eiser wellicht het staatsburgerschap van Azerbeidzjan heeft (behouden) ziet de rechtbank geen aanleiding eventuele problemen in Azerbeidzjan in haar beoordeling te betrekken. De rechtbank neemt nog in aanmerking dat in hoofdstuk C8/4.1 Vc 2000 staat dat het in uitzonderlijke gevallen mogelijk is dat betrokkene, indien hij ten tijde van de voormalige Sovjet-Unie uit de toenmalige deelrepubliek Azerbeidzjan is vertrokken, niet in het bezit is gesteld van het staatsburgerschap van één van deze voormalige deelrepublieken (bijvoorbeeld bij illegaal verblijf). Gelet op al het vorenstaande behoeft nadere motivering waarom van eiser verwacht kan worden dat hij naar de Russische Federatie kan terugkeren en daarom geen aanspraak heeft op toelating in Nederland. Beroep gegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen