Rb. 's-Gravenhage 20 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9416
Bewaring / staandehouding / redelijk vermoeden illegaal verblijf. Eiser wordt staande gehouden en overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor ter ophouding. Vervolgens wordt eiser uitgezet, zonder voorafgaande inbewaringstelling. Artikel 93 Vw 2000 voorziet in grondslag voor behandeling door de vreemdelingenkamer van een beroep, ingesteld tegen onrechtmatige ophouding. Hoger beroep staat daartegen niet open. Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf is aanwezig. Het recht op rechtsbijstand is niet geschonden, nu eiser geen advocaat wenste. De schending van de onderlinge afspraak tussen de rechtshulp en de vreemdelingendienst dat ook in een dergelijk geval de piketadvocaat wordt verwittigd van de ophouding, doet daaraan niet af. Daargelaten de nadere eisen die daaraan gesteld kunnen worden, heeft eiser in beginsel het recht om immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige ophouding te vorderen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl