Rb. 's-Gravenhage 26 augustus 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9164

Driejarenbeleid / verblijfsvergunning regulier / contra-indicaties. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verzoekers verklaringen omtrent zijn identiteitskaart, oogverwonding en tijdstip van vertrek uit zijn woning ongeloofwaardig zijn. Voorts ziet de voorzieningenrechter in verzoekers relaas, zo al van de geloofwaardigheid daarvan dient te worden uitgegaan, geen aanknopingspunten die verband houden met één van de vervolgingsgronden als genoemd in het Vluchtelingenverdrag. Ten aanzien van verzoekers stelling dat hij op basis van het driejarenbeleid in het bezit dient te worden gesteld van een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder in het besluit op bezwaar voor het eerst ambtshalve heeft beslist dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op basis van het driejarenbeleid. Dit reguliere gedeelte van het bestreden besluit dient te worden aangemerkt als een primaire beslissing. Ingevolge artikel 72, eerste lid, Vw 2000, juncto artikel 7:1 Awb, dient alvorens beroep in te stellen tegen dit (reguliere) gedeelte bezwaar te worden gemaakt. Het beroepschrift moet worden aangemerkt als bezwaarschrift. Ingevolge artikel 73 Vw 2000 komt aan dit bezwaar geen schorsende werking toe. Verzoeker heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend om het beroep te mogen afwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit verzoek eveneens geldt voor het gedeelte van het beroep dat als bezwaar dient te worden aangemerkt, zodat het verzoek er zich mede toe strekt dat uitzetting van verzoeker hangende deze bezwaarprocedure achterwege zal blijven. Verzoeker heeft in dit geval belang bij een beoordeling van het gedeelte van het verzoek dat ziet op de ambtshalve genomen beslissing om verzoeker geen reguliere verblijfsvergunning te verlenen. Ten aanzien van deze ambtshalve beslissing overweegt de voorzieningenrechter dat er in het geval van verzoeker sprake is van twee contra-indicaties. Verzoeker heeft door een niet authentiek bevonden identiteitskaart te overleggen onjuiste gegevens verstrekt en heeft verscheidene misdrijven gepleegd. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen