Rb. 's-Gravenhage 26 juli 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9105

Procesbelang / vvtv / doorprocederen. Eiser, afkomstig uit Afghanistan, is op 20 oktober 2000 in het bezit gesteld van een vvtv. Deze vergunning is op grond van artikel 115, zesde lid, Vw 2000 met ingang van 1 april 2001 omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 16 juli 2001 heeft verweerder het tegen de afwijzing van de aanvraag tot toelating als vluchteling ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling, zoals neergelegd in het verweerschrift, dat eiser, gelet op de omstandigheid dat hij thans in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder d, Vw 2000, geen belang heeft bij het instellen van beroep. Eisers belang is immers gelegen in de mogelijkheid van de rechtbank een oordeel te verkrijgen over de vraag of verweerder zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank ziet zich aldus voor de vraag gesteld of het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen rechtens relevant belang heeft bij de toetsing in bezwaar, omdat er wat de rechten en voorzieningen betreft geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende verleningsgronden als bedoeld in artikel 29 Vw 2000. Verweerder heeft het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen