Rb. 's-Gravenhage 21 mei 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8829
Opvang / beëindigen verstrekkingen / medische omstandigheden. Verzoeker heeft de Kameroense nationaliteit. Tijdens zijn asielprocedure heeft verzoeker een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor het ondergaan van een medische behandeling. Het doel van het verzoek om een voorlopige voorziening is gelegen in de opvang van verzoeker. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker terecht niet is aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Niet is gebleken van klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verweerder een verblijfsvergunning niet heeft kunnen onthouden. Voorts heeft verweerder heeft op goede gronden kunnen stellen dat verzoeker niet in aanmerking op grond van het amv-beleid. Verzoeker heeft naar voren gebracht dat de uit het bestreden besluit voortvloeiende beëindiging van de voorzieningen of verstrekkingen onrechtmatig is vanwege zijn gezondheidstoestand. Verzoeker heeft zijn gezondheidstoestand met stukken onderbouwd. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de uit de overgelegde stukken blijkende informatie in het onderhavige verzoek betrokken kan worden nu de voorzieningenrechter het bestreden besluit ex nunc dient te toetsen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder geen blijk heeft gegeven van een daadwerkelijk gemaakte belangenafweging. Niet is kenbaar welke belangen zijn afgewogen en of de gezondheidstoestand van verzoeker voldoende in acht is genomen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat beëindiging van de voorzieningen in afwachting van de te nemen beslissing op bezwaar in het onderhavige geval onaanvaardbare consequenties voor verzoeker heeft. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl