Rb. 's-Gravenhage 8 maart 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8594
Ontvankelijkheid / verschoonbare termijnoverschrijding / hoorplicht. Ter beoordeling ligt de vraag of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, nu de beroepen te laat zijn ingediend. In haar advies aan de Raad voor Rechtsbijstand voor het hofressort Amsterdam van 3 oktober 2001 heeft de Commissie Rechtsbijstand Asielzoekers, Kamer Amsterdam overwogen dat de gedragingen van eisers voormalige gemachtigde laakbaar zijn en structureel van aard. Eisers zijn bovendien ernstig geschaad en er is dreigende schade in het vervolg te verwachten. De klachten van eisers zijn gegrond verklaard. Het advies luidde de tenuitvoerlegging van een opgelegde sanctie slechts te laten intreden, indien vast komt te staan dat aan één van de gestelde voorwaarden niet wordt voldaan. Die voorwaarden hebben betrekking op de structurele verbetering van de kantoororganisatie van de voormalige gemachtigde. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de te late indiening van het beroepschrift verschoonbaar moet worden geacht. De omstandigheid dat (nog) niet bekend is of het advies wordt overgenomen acht de rechtbank niet van doorslaggevend belang. Uit de stukken blijken voldoende feitelijkheden van aanmerkelijke ernst om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. In de beschikkingen van 7 juli 1998 heeft verweerder overwogen dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat eiser als gevolg van de aanslag van 12 december 1996 op Uday Hussein is gearresteerd en gedetineerd. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de beschikkingen op bezwaar van 19 januari 2001 is teruggekomen op het standpunt dat eiser niet is gearresteerd na de aanslag op de zoon van Saddam Hussein. Ter zitting van 18 januari 2002 heeft verweerder tevens bevestigd dat de omstandigheid dat eiser naar aanleiding van de aanslag is gearresteerd en aansluitend is gedetineerd, als een vaststaand gegeven wordt beschouwd. De rechtbank is derhalve met eisers van oordeel dat er sprake is van schending van de hoorplicht. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl