Rb. 's-Gravenhage 2 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8556
Wijze van draagkrachtberekening ex art. 5.1 in samenhang met art. 6.c Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand (Bdr). Afwijzing aanvraag toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand door een advocaat ter zake van een echtscheiding met nevenvorderingen wegens draagkrachtoverschrijding. De gehanteerde berekeningsmethode, waarbij eerst na berekening van het gemiddelde netto-inkomen wordt gecorrigeerd voor het vakantiegeld, verdraagt zich niet met de uit art. 5, eerste en tweede lid, aanhef en onder a, in verbinding met art. 6.c Bdr volgende systematiek voor de vaststelling van de draagkracht. Art. 6.c Bdr sluit in het algemeen en principieel uit dat bedoelde vakantie-uitkeringen bij de vaststelling van het inkomen in aanmerking worden genomen. Gelet op het in art.5.1 Bdr neergelegde uitgangspunt dat het inkomen bij periodieke inkomsten, ook indien deze variabel zijn, op maandbasis dient te worden vastgesteld, dient derhalve bij periodieke en variabele inkomsten zoals die van eiser eerst het inkomen per maand te worden gecorrigeerd voor de vakantie-uitkering alvorens het gemiddelde inkomen over de in aanmerking te nemen periode te berekenen. De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Gravenhage, verweerder. mr. S.C. Stuldreher
De uitspraak op rechtspraak.nl