Rb. 's-Gravenhage 25 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8362
WAV / bezwaartermijn / belanghebbende. Nu de WAV geen termijn noemt voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen bij of krachtens die wet genomen besluiten zijn de daarvoor in de Awb opgenomen bepalingen, in het bijzonder artikel 6:7 Awb, van toepassing. Verweerder heeft dit bij het bestreden besluit niet onderkend door het standpunt in te nemen dat de termijn voor het maken van bezwaar ingevolge artikel 69 Vw 2000 vier weken bedraagt. Verweerder zal opnieuw op het bezwaarschrift moeten beslissen. De rechtbank geeft daarbij in overweging stil te staan bij de vraag of eiseres als belanghebbende bij het besluit van 25 april 2001 is te beschouwen. Zij is ermee bekend dat de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel WAV ervan uit gaat dat ook degene voor wie een werkgever een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning heeft gedaan is aan te merken als ‘belanghebbende’ in de zin van artikel 1:2 juncto 8:1 Awb. Verder heeft deze rechtbank in haar uitspraak van 30 mei 1996 impliciet in dezelfde zin geoordeeld. Niettemin lijkt het de rechtbank thans geraden dat verweerder in de bezwaarfase stil staat bij de vraag of deze opvatting voldoende steun vindt in het recht. Zij wijst er op dat ingevolge bestendige bestuursrechtelijke jurisprudentie als hoofdregel geldt dat degene die slechts via een (toekomstige) contractuele relatie enig belang heeft bij het bestreden besluit, niet ontvankelijk wordt geacht als de oorspronkelijke aanvrager geen bezwaar of beroep heeft ingediend. Het komt immers minder aanvaardbaar voor de aanvrager die zich heeft neergelegd bij een negatief besluit alsnog een positief besluit op te dringen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl