Rb. 's-Gravenhage 22 augustus 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7974

Uitstel van vertrek / positieve verklaring. Aan eiser is op 30 september 1997 uitstel van vertrek verleend ter voorkoming van dubbele procedures. Het uitstel van vertrek is derhalve om proceseconomische redenen verleend. Voorzover eiser heeft bedoeld te betogen dat als dit uitstel van vertrek niet verleend zou zijn, aan hem schorsende werking zou zijn toegekomen tot de uitspraak van de rechtbank op zijn beroep, wordt het volgende overwogen. In dit geval dient de rechtbank te beoordelen of er in het onderhavige geval aan eiser bij uitreiking van de beschikking op het bezwaarschrift van 30 september 1997 uitstel van vertrek zou zijn verleend als er geen experiment (de zogenaamde Zwolse methode) had bestaan waarbij uitstel van vertrek wordt verleend in het kader van de versnelde procedure. Uit het departementale dossier is gebleken dat aan eiser in de bezwaarfase op 29 juli 1997 schorsende werking is verleend. Vervolgens is hij op 22 september 1997 gehoord door een ambtelijke commissie. De periode van schorsende werking is komen te vervallen met de beslissing op bezwaar van 30 september 1997 waarbij aan eiser tevens een last tot uitzetting is verstrekt. Noch de inhoud van het beroepschrift, de situatie in (en/of het beleid ten aanzien van) het land van herkomst dan wel de inhoud van het gehoor van de ambtelijke commissie geven aanleiding om de periode van schorsende werking te verlengen. Anders gezegd, indien eiser om een voorlopige voorziening had gevraagd ten tijde van zijn eerdere procedure, zou deze niet zijn toegewezen voor de gehele beroepsprocedure. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen