Rb. 's-Gravenhage 9 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7967
Dwangsom tot verwijdering van caravan. Deelname van raadsleden aan bezwaarschriften- en klachtencommissies niet langer mogelijk als gevolg van Wet dualisering gemeentebestuur. Aanschrijving tot verwijdering van een caravan, onder oplegging van een dwangsom. Op grond van de artikelen 83, tweede lid en 84, tweede lid, van de Gemeentewet zoals gewijzigd bij de Wet dualisering gemeentebestuur mogen met ingang van 7 maart 2002 raadsleden geen deel meer uitmaken van een commissie die door het college is ingesteld en andersom. Dit geldt naar het oordeel van de Voorzieningenrechter ook voor bezwaarschriftencommissies en klachtencommissies. Een gezamenlijke bezwaarschriftencommissie en klachtencommissie voor raad en college is op grond van die wet dus alleen nog mogelijk indien raads- en collegeleden hiervan geen deel uitmaken. Weliswaar ligt er thans een voorstel tot aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur teneinde voornoemde beperking ongedaan te maken doch daarvan is nog niet duidelijk of en zo ja wanneer die in werking zal treden.<br. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt dat ondanks het bovenstaande toch vanuit de raad leden, plaatsvervangende leden en een voorzitter zijn benoemd. Daarmee staat vast dat de samenstelling van de gezamenlijke bezwaarschriftencommissie van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle vanaf 7 maart 2002 in strijd is met voornoemde wet. De na 7 maart 2002 ingestelde commissie heeft op 28 maart 2002 vergaderd over het bezwaar van eiser/verzoeker en daarna advies uitgebracht strekkende tot ongegrondverklaring van dat bezwaar. Verweerder had reeds om deze reden het advies niet aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Derhalve is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd wegens strijd met art. 7:13.1.c Awb in samenhang met art. 84.2 Gemeentewet. Verder valt niet op voorhand uit te sluiten dat een anders samengestelde commissie tot een ander advies zou zijn gekomen ten aanzien van de af te wegen belangen, zodat tevens aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat het besluit van 12 oktober 2001 wordt geschorst tot 6 weken na de bekendmaking van de nieuwe beslissing op bezwaar. Uitspraak vernietigd door Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, LJN: AF8983
De uitspraak op rechtspraak.nl