Rb. 's-Gravenhage 12 juli 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7964
Bewaring / Associatieovereenkomst EG-Roemenië / meldingsplicht. De vreemdelinge, die over een geldig nationaal Roemeens paspoort beschikt, heeft nagelaten zich, zoals artikel 4.8, eerste lid, Vb 2000 bepaalt, binnen drie dagen bij de korpschef te melden. Na een tip is de vreemdelinge in bewaring gesteld omdat de openbare orde de bewaring vordert. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de handelwijze van de vreemdelinge een ernstig vermoeden rechtvaardigt dat de vreemdelinge zich, indien in vrijheid gesteld, aan de voorgenomen uitzetting zal onttrekken. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat een lichtere maatregel had kunnen volstaan. De rechtbank heeft in dit verband acht geslagen op de omstandigheid dat de identiteit van de vreemdelinge vast staat, terwijl de vreemdelinge voorts beschikt over een vaste verblijfplaats en bovendien over voldoende middelen van bestaan. Voor wat betreft het verzoek om toekenning van schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat de onrechtmatigheid van de bewaring gelegen is in een onevenwichtige belangenafweging door verweerder. Anderzijds moet worden toegegeven dat de vreemdelinge heeft gehandeld in strijd met de Vw 2000, reden waarom de rechtbank aanleiding ziet de schadevergoeding te matigen tot nihil. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl