Rb. 's-Gravenhage 7 augustus 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7868

AC-procedure / wachttijd. De Vw 2000, noch het daarop gebaseerde Vb 2000 en VV 2000 bevat enige bepaling over de termijn waarbinnen een vreemdeling na aanmelding daadwerkelijk in de gelegenheid wordt gesteld de asielaanvraag in te dienen. Artikel 37 Vw 2000 biedt geen grondslag voor invoering en functioneren van een wachtlijst- of afsprakensysteem voor het AC. Nu een wettelijke grondslag ontbreekt, dient naar het oordeel van de rechtbank de termijn tussen aanmelding en feitelijke opname in de asielprocedure zo kort mogelijk te zijn. Dit vloeit ook voort uit het systeem van de wet. Met het bepaalde in hoofdstuk C3/12.3 Vc 2000 omtrent het maken van een afspraak voor het AC, is beoogd die afspraken efficiënt te laten verlopen. Dit laat onverlet dat uitgangspunt dient te zijn dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld de asielaanvraag zo spoedig mogelijk in te dienen. De in casu gehanteerde wachttermijn van drie maanden tussen aanmelding en feitelijke opname is niet aan te merken als zo spoedig mogelijk. Beroep gegrond wegens schending van artikel 3:2 Awb en artikel 3.110 Vb 2000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen