Rb. 's-Gravenhage 13 augustus 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7853
Bevoegdheid Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie / mandaat IND. De rechtbank volgt de uitspraak AWB 02/57448 van nevenzittingsplaats Zwolle van 6 augustus 2002, waarin werd geoordeeld dat de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie bevoegd is om besluiten op grond van de Vw 2000 te nemen. Verzoekster stelt zich in de onderhavige zaak op het standpunt dat verweerder op 26 juli 2002 niet bevoegd was het bestreden besluit in mandaat te nemen omdat het mandaatbesluit twee dagen na publicatie in de Staatscourant, op 25 juli 2002, is genomen en dat dit gebrek niet in de beroepsfase kan worden gerepareerd. Deze stelling kan niet worden aanvaard. Tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag heeft verzoekster tijdig en op juiste wijze beroep ingesteld bij deze rechtbank. Tevens heeft zij het onderhavige verzoek ingediend. Uit de gronden van het verzoek blijkt dat voor verzoekster duidelijk was dat het besluit onder mandaat van de nieuwe minister is genomen. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verzoekster een rechtens te respecteren belang heeft bij het beroep op het aan het besluit klevende gebrek. De rechtbank neemt daarbij eveneens in aanmerking dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zich uitdrukkelijk achter het bestreden besluit heeft gesteld en dit ook ter zitting heeft verdedigd. Onder verwijzing naar het - ter zitting besproken - arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2001 is de rechtbank van oordeel dat, in overeenstemming met het beginsel dat ten grondslag ligt aan artikel 6:22 Awb, dit gebrek niet tot vernietiging van het bestreden besluit leidt. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl