Rb. 's-Gravenhage 3 juli 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7081

Opvang / aanvraag / schrijnende omstandigheden. Eiseres met de Somalische nationaliteit, heeft in 1996 voor de eerste keer een asielaanvraag ingediend, en die is afgewezen. Eiseres heeft vervolgens Nederland verlaten. In 2000 heeft zij opnieuw een asielaanvraag ingediend, mede ten behoeve van haar minderjarige kinderen. Op het bezwaarschrift tegen afwijzing van deze aanvraag is nog niet beslist. Eiseres verbleef aanvankelijk met de kinderen bij haar echtgenoot, die in het bezit was gesteld van een vtv. Na ernstige relatieproblemen heeft eiseres haar echtgenoot verlaten en zijn de kinderen onder toezicht geplaatst van de Raad voor Kinderbescherming. Haar verzoek om opvang is geweigerd, omdat er sprake is van een tweede asielaanvraag. Eiseres stelde zich op het standpunt wel recht op opvang te hebben, primair omdat er geen sprake was van een herhaalde aanvraag, subsidiair met een beroep op het beleid voor zeer schrijnende humanitaire omstandigheden, zoals omschreven in hoofdstuk C5/20.4.3 Vc 2000. De rechtbank stelt vast dat het een tweede aanvraag betreft. In beginsel bestaat derhalve geen recht op opvang. Het uitzonderingsbeleid voor asielzoekers die tussentijds zijn teruggekeerd naar het land van herkomst is niet van toepassing, reeds omdat niet is voldaan aan het vereiste dat aan de aanvraag een nieuw feitencomplex ten grondslag moet liggen. Verweerder heeft ten onrechte aangenomen dat er geen 'zeer schrijnende humanitaire omstandigheden' zijn, omdat er geen sprake is van direct medisch noodzakelijke noodhulp. Bij het beoordelen van zeer schrijnende humanitaire omstandigheden dient verweerder niet slechts medische aspecten, maar alle relevante omstandigheden mee te wegen in zijn besluit. Nu verweerder is afgegaan op een advies van de IND waarin geen rekening is gehouden met de aangevoerde niet-medische humanitaire omstandigheden en daarnaar evenmin onderzoek is verricht, heeft verweerder een te beperkte uitleg gegeven aan het bepaalde in hoofdstuk C5/20.4.3 Vc 2000 en gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen