Rb. 's-Gravenhage 10 juni 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6604
Artikel 1F VSV / Rwanda Tribunaal. Rwandese eiser wordt blijkens de aanklacht van de openbare aanklager van het Rwanda Tribunaal beschuldigd van genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht. Tevens worden twee misdaden tegen de menselijkheid ten laste gelegd. Subsidiair medeplichtigheid aan volkenmoord. De rechtbank overweegt dat in een situatie waarin sprake is van een dergelijke gedetailleerde aanklacht van een Internationaal Tribunaal dat is ingesteld met het oog op vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, waarvan de inhoud in grote lijnen overeenkomt met hetgeen eiser heeft verklaard omtrent zijn ambtelijke, culturele en politieke functies, en waarin ook de rechtbank rechtdoende in overleveringszaken heeft geoordeeld dat de overlevering van eiser aan het Tribunaal ter fine van strafvervolging ter zake van de feiten waarvoor zijn overlevering is gevraagd toelaatbaar is, deze aanklacht voldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat er sprake is van ernstige vermoedens dat eiser zich heeft schuldig gemaakt aan de gedragingen als omschreven in artikel 1F onder a en b VSV. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl