Rb. 's-Gravenhage 19 juni 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6274
Herhaalde aanvraag / artikel 3 EVRM. De rechtbank vat de stelling van eiseres ter zitting zo op dat wordt gesteld dat strikte toepassing van artikel 4:6 Awb leidt tot schending van internationaal recht en in het bijzonder tot een schending van artikel 3 EVRM. Vast staat dat eiseres in de eerder aangespannen bodemprocedure een volledig inhoudelijk oordeel van deze rechtbank over haar asielverzoek had kunnen verkrijgen, maar dat daarvan, al dan niet door een fout van haar gemachtigde, geen sprake is geweest door het intrekken van die procedure. Tegen de eerdere afwijzende asielbeslissing van verweerder heeft derhalve een effectief nationaal rechtsmiddel opengestaan. Daarbij komt dat de handelwijze van de gemachtigde geheel en al in de risicosfeer van eiseres ligt. Eiseres heeft vervolgens onderhavige aanvraag ingediend om daarmee via de weg van de herhaalde aanvraag alsnog een inhoudelijk oordeel van deze rechtbank over haar zaak uit te lokken. Naar nationaal recht is gereguleerd dat zulks enkel kan geschieden indien sprake is van nova als bedoeld in meergenoemd artikel 4:6 Awb, waaronder tevens kan worden verstaan een mogelijke actuele dreigende schending van artikel 3 EVRM. Tegen het oordeel van het bestuursorgaan dat geen sprake is van nova staat eveneens volledige rechtsbescherming open. Slechts in een aantal uitzonderingssituaties zou er aanleiding kunnen bestaan onverkorte toepassing van artikel 4:6 Awb achterwege te laten. Daarbij valt te denken aan de situatie dat sprake is van bij de herhaalde aanvraag gestelde feiten en omstandigheden die vanwege bijzondere omstandigheden verontschuldigbaar niet eerder naar voren zijn gebracht, zoals bijvoorbeeld psychisch onvermogen van de betrokkene. Ook vraagt de situatie dat er is gebleken van een evident onjuiste eerdere beslissing om bijzondere aandacht. Naar het oordeel van de rechtbank is van dergelijke uitzonderingssituaties in het onderhavige geval echter niet gebleken. Voorts is evenmin gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl