Rb. 's-Gravenhage 26 juni 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6071

Bijzonder geval als bedoeld in art. 7.4 TOG. Verweerder heeft eiseres medegedeeld dat t.b.v. haar zoon X de tegemoetkoming in de onderhoudskosten niet met een langere terugwerkende kracht dan één jaar kan worden toegekend. Rechtbank: Op grond van de beleidsregels van de SVB wordt in elk voorkomend geval aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden bezien of het geval als bijzonder kan worden aangemerkt. Niet in geding is dat eiseres gedurende de in geding zijnde periode als alleenstaande moeder voor haar zoon heeft gezorgd. Blijkens de stukken was de gezondheidstoestand van X zodanig dat het hele leven van eiseres daarop ingericht was. Zij had vanaf 1997 nauwelijks sociale contacten en kwam feitelijk niet of nauwelijks buiten de deur. Het contact dat eiseres had, was voornamelijk met het ziekenhuis en de sociale dienst, van welke dienst zij een bijstandsuitkering ontving. Voorts bezocht X het medisch kinderdagverblijf, waarvan hij in verband met ziekte vaak thuisbleef. Dit betekent dat voor eiseres haast niet de mogelijkheid bestond om via een andere weg dan via deze contacten van de TOG-regeling te horen. Blijkens de stukken is eiseres noch door het medisch kinderdagverblijf, noch door de sociale dienst op de hoogte gesteld van de TOG-regeling. Eiseres heeft van deze instanties brieven overgelegd waarin zij meedelen eiseres niet op de hoogte te hebben gesteld. Verweerder heeft ter zitting erkend dat ook hij uitgaat van de juistheid van deze weergave. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de situatie van eiseres ten onrechte niet als een bijzonder geval heeft aangemerkt. De stelling van verweerder dat ten tijde van de invoering van de TOG-regeling veel ruchtbaarheid is gegeven aan die regeling moge in haar algemeenheid juist zijn, maar dat maakt dit oordeel niet anders. Slotsom is dat eiseres als alleenstaande moeder met een kind met ernstige medische problemen en daarmee een intensieve zorgbehoefte, begrijpelijkerwijs slechts beperkte contacten kon onderhouden en dat buiten geschil is dat de contacten die zij had, haar feitelijk niet van het bestaan van de regeling op de hoogte hebben gebracht. Kenmerk van de beoordeling van de vraag of sprake is van een bijzonder geval is nu juist dat naar de concrete omstandigheden wordt gekeken. Beroep gegrond; verweerder dient nieuw besluit te nemen. Sociale Verzekeringsbank, verweerder. mr. D.A. Verburg Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende meervoudig en ernstig lichamelijk gehandicapte kinderen (TOG) 7.4

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen