Rb. 's-Gravenhage 31 mei 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5527
Bewaring / weigeren toegang / inreisstempel. In de grensbewakingscirculaire zijn in hoofdstuk A6/4.2 Vc 2000 opgenomen de formaliteiten bij verlening van toegang. In hoofdstuk A6/4.2.1 Vc 2000 is, onder verwijzing naar bepalingen in het Vb en het VV, bepaald dat in beginsel bij verlening van toegang middels een doorlaatstempel een aantekening omtrent de inreis wordt gesteld in het reisdocument van de vreemdeling. Gelet op het vermelde in de incidentennotitie en gezien het bepaalde in de grensbewakingscirculaire kan de voorzieningenrechter niet anders dan constateren dat aan verzoekster reeds toegang tot het Schengengebied was verleend. Verweerder heeft betoogd dat in het gehele gebied dat als grensdoorlaatpost moet worden aangemerkt controle en weigering van toegang kan plaatsvinden, in ieder geval zolang een vreemdeling zich op of nabij een grensdoorlaatpost bevindt of zolang een relatie met in- of uitreis te leggen is. In het onderhavige geval is echter geen sprake van weigering van toegang anders dan bij de eigenlijke doorlaatpost, maar van weigering van toegang nadat reeds toegang was verleend, derhalve van het terugkomen op een begunstigende beslissing. De voorzieningenrechter oordeelt dat het alsnog weigeren van de toegang zich in zijn algemeenheid niet verdraagt met de rechtszekerheid van de betrokkene. In het onderhavig geval is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. Verzoekster moet worden behandeld als ware de toegang tot Nederland haar niet geweigerd. De annulering van haar inreisstempel moet ongedaan worden gemaakt. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl