Rb. 's-Gravenhage 25 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3461
Tweede aanvraag / traumatabeleid. Een Angolees echtpaar doet na een afgehandelde asielaanvraag een aanvraag om een vtv humanitair met een beroep op het traumatabeleid. Het beleid van verweerder om dergelijke aanvragen door te verwijzen naar een AC strookt niet met artikel 15a Vw. Eisers zouden dan een (herhaalde) asielaanvraag moeten indienen, terwijl het hen niet om een asielstatus te doen is. Verweerder stelt dat het hier een aanvraag betreft op asielgerelateerde gronden, die in een AC moet worden ingediend. De rechtbank oordeelt dat het plaatsen van een sticker op de reguliere aanvraag van eisers met daarop de mededeling dat gebleken is dat eisers asielgerelateerde motieven voor verblijf hier te lande hebben aangevoerd en dat zij daarvoor een aanvraag kunnen indienen in het aanmeldcentrum, alsmede dat bij de beslissing op de thans ingediende aanvraag geen inhoudelijke beoordeling zal plaatsvinden van de aangevoerde asielgerelateerde gronden, geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Awb, noch een andere handeling in de zin van artikel 1a Vw. Plaatsing van de sticker moet veeleer worden aangemerkt als een voorbereidingshandeling, die ertoe strekt eisers mee te delen dat bij de nog te volgen beslissing op de reguliere aanvraag van eisers om een vergunning tot verblijf ingevolge de Leemtewet geen asielgerelateerde gronden zullen worden betrokken door de korpschef. De rechtbank stelt vast dat uit de tekst van artikel 15a Vw niet direct volgt dat na invoering van de Leemtewet verblijf op asielgerelateerde gronden uitsluitend kan worden verkregen na indiening van een aanvraag om toelating als vluchteling in een aanmeldcentrum. De rechtbank overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 15a Vw kan worden afgeleid dat met de invoering van dit artikel een strikte scheiding van reguliere en asielgerelateerde verblijfsdoelen beoogd is. De rechtbank is van oordeel dat eisers een aanvraag om toelating als vluchteling moeten indienen in het AC. Eisers hebben ter zitting aangevoerd dat van hen in redelijkheid niet gevergd kan worden dat zij in het AC een nieuwe asielaanvraag indienen, omdat zij verwachten dat een dergelijke aanvraag al dan niet vanwege een eerdere aanvraag om toelating als vluchteling hier te lande kennelijk ongegrond zal worden verklaard. De rechtbank overweegt dat verweerder blijkens het vorenstaande ingevolge de Leemtewet gehouden is zich naar aanleiding van een asielaanvraag ambtshalve tevens een oordeel te vormen of de betrokken vreemdeling op grond van de door hem aangedragen motieven een vtv op grond van asielgerelateerde klemmende redenen van humanitaire aard toekomt. Dat geldt ook als sprake is van een tweede aanvraag. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl