Rb. 's-Gravenhage 29 maart 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3455

Ongewenstverklaring / artikel 8 EVRM. In casu is overgegaan tot ontzetting van het voortgezet verblijf en ongewenstverklaring van eiser. Eiser is in het kader van gezinshereniging op 16 juli 1989 Nederland binnengekomen. Op 8 september 1994 is eiser in het bezit gesteld van een vestigingsvergunning. Op 28 april 1999 is het vonnis onherroepelijk geworden waarin eiser onder meer ter zake van moord veroordeeld is tot twaalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Op 14 december 1999 is de vestigingsvergunning ingetrokken en is eiser ongewenst verklaard. Eerstens in beroep stelt eiser dat hij, gezien zijn arbeidsverleden, aanspraak maakt op bescherming krachtens het gestelde in artikel 6 en 14 van het Associatiebesluit 1/80. Verder stelt eiser dat de beslissing in strijd is met artikel 8 EVRM. Aan artikel 6 van het Besluit kan rechtstreekse werking niet worden ontzegd zodat ook eerst in de beroepsfase hierop een beroep kan worden gedaan. Nog daargelaten de vraag of een WSW-dienstverband is te beschouwen als arbeid in de zin van het Besluit, is de rechtbank van oordeel dat eiser geen vier jaar legale arbeid in Nederland heeft verricht, gelet op een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid. Perioden van afwezigheid wegens langdurige ziekte worden niet gelijkgesteld met tijdvakken van legale arbeid. Ook anderszins ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor het ontstaan van een garantie op voortzetting van het recht op arbeid. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het bepaalde in artikel 14 van het Besluit in de weg staat aan de door eiser ontlenen van aanspraken aan artikel 6. De rechtbank is van oordeel dat een inmenging op het recht tot uitoefening van familie-en gezinsleven in Nederland gerechtvaardigd is. Het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten weegt zwaarder dan het belang van eiser om in Nederland betrokken te kunnen zijn bij de opleiding en opvoeding van de kinderen. Eiser kan zijn gezinsleven ook in Turkije uitoefenen. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen