Rb. 's-Gravenhage 18 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1798
FRJ / medische behandeling. Eisers, afkomstig uit de FRJ, stellen dat zij in verband met de zeer slechte gezondheidstoestand van nog geen 1 jaar oude kind niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. Hun kind is hier in Nederland prematuur geboren en kampt met ernstige medische gebreken, waarvoor nog veel zeer specialistische behandelingen nodig zullen zijn. Bovendien zal reizen zeer grote problemen opleveren. Verweerder stelt zich op het standpunt dat dit aspect slechts mee kan wegen bij een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier. De rechtbank komt op grond van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tot het oordeel dat er onder omstandigheden sprake zijn van een onmenselijke behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM, indien er sprake is van een zeer ernstige medische problematiek en terugzending naar het land van herkomst tot gevolg kan hebben dat er voor de vreemdeling volstrekt onvoldoende medische verzorging en opvang mogelijk is. Eisers verbleven ten tijde van de geboorte van hun kind legaal in Nederland in verband met de etnische zuiveringen en de oorlog in hun land van herkomst. Niet valt uit te sluiten dat een reis naar het land van herkomst voor hun kind een levensbedreigende situatie op zal leveren, terwijl voorts niet duidelijk is of en in hoeverre noodzakelijke medische voorzieningen voor het kind van eisers voorhanden zijn. Het terugzenden naar het land van herkomst kan onder deze omstandigheden een schending van artikel 3 EVRM opleveren. Schending van deze verdragsbepaling dient, in afwijking van verweerders standpunt, getoetst worden in de onderhavige asielprocedure. Immers in de asielprocedure wordt ingevolge artikel 15a Vw (oud) niet alleen beslist over de toelating als vluchteling maar ook of er aanleiding is een vergunning tot verblijf te verlenen ingevolge klemmende redenen van humanitaire aard. Voor verlening van een verblijfsvergunning op deze grond is, onder meer, aanleiding, indien er sprake is van schending van artikel 3 EVRM. Ook onder de Vw 2000, waarin scherper dan voorheen een onderscheid wordt gemaakt tussen asielgronden en reguliere gronden, valt een gegrond beroep op een reëel risico van schending van artikel 3 EVRM ingevolge artikel 29 lid 1 sub b Vw 2000 onder de verblijfsvergunning asiel. Verweerder heeft ten onrechte de medische problematiek niet bij zijn besluitvorming betrokken. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl