Rb. 's-Gravenhage 5 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1425

Ongewenstverklaring / opheffing / artikel 8 EVRM. Eiser, een Algerijn, is in 1992 ongewenst verklaard. Hij vraagt om opheffing van de ongewenstverklaring. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet voldoet aan voorwaarde voor opheffing van de ongewenstverklaring. Inzake het beroep van eiser op het Boultif-arrest en het Kaya-arrest overweegt de rechtbank dat in eisers gezinsleven met zijn echtgenote hier te lande is aangevangen tijdens een periode van rechtmatig verblijf. Naar het oordeel van de rechtbank dient echter bijzondere betekenis te worden toegekend aan de omstandigheid dat eiser dit gezinsleven verder heeft opgebouwd en uitgeoefend gedurende een ononderbroken periode van illegaal verblijf van negentien jaar waarvan tien jaren als ongewenst verklaarde vreemdeling. Het gezinsleven waar eiser zich op beroept is dan ook ontstaan onder omstandigheden waaronder geen gerechtvaardigde verwachtingen hebben kunnen rijzen dat daaraan een recht op verblijf hier te lande zou kunnen worden ontleend. Voorts heeft de rechtbank bijzondere betekenis toegekend aan de omstandigheid dat er sedert eisers laatste strafrechtelijke veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf wegens zakkenrollerij op het moment van het hier bestreden besluit nog geen anderhalf jaar was verstreken, zodat van eiser niet kan worden gezegd dat hij heeft aangetoond zijn leven te hebben gebeterd sedert zijn ongewenstverklaring in 1992. Tot slot moet weliswaar worden vastgesteld dat het voor de eisers echtgenote en voor hun beider zoon, vanwege hun onbekendheid met het leven in Algerije en de Algerijnse taal, alsmede vanwege de medische klachten van eisers echtgenote, bijzonder moeilijk zal zijn om zich in Algerije te vestigen, desalniettemin dient naar het oordeel van de rechtbank doorslaggevend te zijn dat niet aannemelijk is geworden dat eiser en zijn gezinsleden daar op onoverkomelijke problemen zullen stuiten. Het is dan ook niet vast komen te staan dat het voor eiser en zijn gezinsleden onmogelijk zal zijn om het gezinsleven aldaar uit te oefenen. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen